Autobiografie van Han
Voorwoord
Wie ben ik geworden door de jaren heen, en welke paden hebben mij gevormd? Als je echt achter de schermen van mijn leven wilt kijken, moeten we terug naar de fundamenten.
Elk mensenleven kent een startpunt dat de blauwdruk vormt voor de toekomst. Mijn reis begon in een wereld die nog volop in beweging was, waarin ik zocht naar mijn eigen stem en mijn eigen plek.
De lessen uit mijn jeugd en de keuzes uit mijn vroege volwassenheid legden onbewust de basis voor de spirituele omslag die later zou volgen. Achter Het Pad Der Liefde schuilt immers een mens met een verhaal; een verhaal dat niet zomaar bij spiritualiteit begon, maar bij een leven dat me stap voor stap naar binnen leidde. Naar mijn bron, mijn eigen kracht en Het Pad Der Liefde.
Jarenlang was ik onzichtbaar, voor de wereld om me heen, maar vooral voor mijzelf. Ik verschool me achter schaamte, humor en pure overlevingsdrang. Ik was een kind dat te vroeg te veel zag en te vaak alleen stond.
Toch is dit geen verhaal over slachtofferschap. Het is het verhaal van iemand die, ondanks alles, bleef zoeken naar licht, in muziek, in humor, in stilte, in de natuur en uiteindelijk in zichzelf.
Op deze pagina neem ik je mee langs de belangrijkste kruispunten: van de dynamiek van alledag tot de diepe stilte van de natuur. Mijn spirituele reis kreeg een beslissende wending in het voorjaar van 1996, toen ik via aura- en chakrahealing de subtiele lagen van energie leerde kennen.
Kort daarna volgde mijn inwijding in Reiki, een ervaring die mijn kijk op mezelf veranderde en me leerde mijn eigen energie te voelen en in te zetten. Die verbinding met mijn bron werd een natuurlijke, permanente aanwezigheid.
De weg naar binnen kende ook de rauwe realiteit. De confrontatie met mijn ziekte, het verlies van de boot naar de vaste wal dwong mij om de stilte te omarmen. Deze reis bracht me van onwetendheid naar inzicht, van zoeken naar vinden, van overleven naar leven. Het heeft mijn bewustzijn verdiept en mijn leven veranderd in een avontuur van groei en transformatie.
Wat je hier leest is geen opsomming van gebeurtenissen, maar een reis. Een weg door angst, verlies, trots, liefde, ziekte en groei. Een weg die me terugbracht naar wie ik werkelijk ben.
Ik deel dit omdat eerlijkheid helend kan zijn en omdat kwetsbaarheid soms de deur opent naar kracht. Als jij iets herkent in mijn woorden, al is het maar één zin, dan is dit verhaal niet alleen van mij, maar ook een beetje van jou.
Dit is mijn verhaal.
Inhoud
-
Mijn beladen naam
-
Spanningen thuis
-
Verbannen naar Egmond
-
Mijn eerste applaus
-
Het podium als thuis
-
De opgedrongen school
-
Humor als schild
-
In een andere huid
-
De prijs van onverwerkte pijn
-
Waar mijn leven kantelde
-
Het Pad Der Liefde
-
De ware ik achter de façade
1. Mijn beladen naam
Het pispaaltje van de school
Mijn ouders gaven mij de roepnaam Han. Ik heb die naam altijd vreselijk gevonden. Toen ik een jaar of vier was, werd ik geopereerd aan mijn blaas, om te voorkomen dat ik later nierpatiënt zou worden. Door die ingreep raakte mijn plas-signaal volledig ontregeld. Het gevolg? Overdag moest ik met een tas vol schone kleren naar school, omdat het regelmatig misging. Mijn naam werd al snel synoniem voor diepe schaamte en pesterijen.
En als het misging, volgde steevast die ene, vernietigende zin: “Kijk, daar heb je Han pis in de broek!” Op slag was ik letterlijk het pispaaltje van de school, terwijl het voelde alsof de hele wereld naar me staarde. De schaamte was verlammend. Het vrat aan mijn zelfvertrouwen en ik ontwikkelde een diep minderwaardigheidscomplex, dat me tot ver na mijn puberteit zou achtervolgen.
Die incontinentie was overigens niet het enige waar ik me voor schaamde. Ik liep rond met een afschuwelijke zwarte monturenbril en een stom pispottenkapsel dat mijn vader als huiskapper mij trouw aanmat. Het hele plaatje werkte bepaald niet in mijn voordeel en versterkte mijn constante gevoel van schaamte.
2. Spanningen thuis
Thuis hing er altijd een loodzware spanning. Mijn broer had door een ernstig bedrijfsongeval een hersenbeschadiging opgelopen. De zorg voor hem eiste alles op van mijn ouders en als kind voelde ik die druk feilloos aan. Ik reageerde het af in mijn gedrag: ik werd een echte einzelgänger en ik kon uit het niets behoorlijk ontploffen als iets niet ging zoals ik wilde. Ik trok mij terug in mijn eigen wereld. Een veilige wereld, maar o zo kwetsbaar.
Een van de meest ingrijpende herinneringen uit die tijd is het moment dat ik werd opgetild en voor het raampje van een isoleercel werd gehouden. Mijn broer was vanwege zijn epileptische aanvallen opgenomen in een psychiatrische inrichting. Door het glas zag ik hem liggen, midden in de kale cel. Platgespoten en in een dwangbuis op bed. Hulpeloos. Amper in staat zich te verroeren. “Kijk, daar ligt je broer…” zei mijn vader. Het was vast goed bedoeld, maar dat beeld heeft zich voor altijd in mijn geheugen gebrand. Ik was verdorie nog maar acht jaar oud. Veel te jong voor dit soort taferelen.
In diezelfde periode kreeg ik kalmeringsmiddelen om mijn gedrag te dempen. Niemand pakte de echte oorzaak aan; de pillen moesten me simpelweg rustig houden. Het vlakte me emotioneel volledig af. Terwijl mijn buurjongetjes buiten nog speelden, moest ik al naar bed. Omdat ik helemaal niet kon slapen, kreeg ik slaaptabletten om die rust kunstmatig af te dwingen. De chemicaliën sloegen al snel in. Met mijn armen wijd zwalkte ik door de slaapkamer, alsof ik een zweefvliegtuig was, tot ik bijna omviel en verdwaasd mijn bed in dook.
Vanaf mijn veertiende weigerde ik decennialang elke vorm van medicatie. Ik moest er absoluut niets meer van weten. Zelfs een simpele paracetamol kwam er bij mij niet meer in.
3. Verbannen naar Egmond
Een vakantiekolonie was in die tijd een soort zomeropvang of herstellingsoord voor kinderen die volgens de normen van toen “versterking” nodig hadden. Je verbleef er enkele weken tot wel zes maanden, meestal aan zee of op de Veluwe, in eenvoudige slaapzalen met strakke dagindelingen, veel buitenlucht, strenge leiding en nauwelijks contact met thuis. Voor veel kinderen voelde het eerder als een streng internaat dan als vakantie.
Op mijn zesde was ik al eens voor zes weken naar een vakantiekolonie in Egmond aan Zee gestuurd, om na mijn blaasoperatie aan te sterken. Maar toen ik negen was, werd ik er opnieuw heen gestuurd. Dit keer voor maar liefst een half jaar.
Aanvankelijk vond ik het verschrikkelijk. Ik schreef brieven naar huis waarin ik smeekte om terug te mogen komen. Maar voordat die brieven op de post gingen, werden ze gelezen. Als de inhoud “te zorgelijk” was, moest ik ze herschrijven, om het thuisfront niet onnodig ongerust te maken. Ik deed het met tranen in mijn ogen.
Uiteindelijk heb ik mij er maar bij neergelegd, want ik had simpelweg geen keuze. En natuurlijk zaten er ook leuke kanten aan mijn verblijf, zoals het feit dat ik speelde op de accordeon die mijn broer voor me had meegebracht. ’s Ochtends vroeg bij dag en dauw, bovenop de duin, bracht ik mijn zelfgemaakte liedjes ten gehore. Door het vocht werd hij uiteindelijk zo lek als een mandje en dan repareerde ik de leertjes door ze met pleisters te vervangen. Het werd overigens niet altijd door mijn slaperige leeftijdgenootjes gewaardeerd.
Als kind pas je je snel aan; je zoekt vanzelf de lichtpuntjes op om het draaglijk te maken. Maar de impact was groot. Het gevoel van weg zijn van huis, van niet kunnen kiezen, van je aanpassen aan een wereld die niet de jouwe is. Dat nestelt zich diep in een kind.
Misschien is dat de reden dat Egmond aan Zee nog steeds een bijzondere plek voor me is, waar ik ook nu nog vaak kom. Vooral als ik niet goed in mijn vel zit of even lekker wil uitwaaien. Het blijft een stukje van mezelf, een plek waar verleden en heden elkaar raken, waar ik kan ademen, waar ik even stil kan staan bij wie ik was en wie ik geworden ben.
4. Mijn eerste applaus
Precies op mijn verjaardag kwam ik voorgoed weer thuis. Ik werd tien en als verrassing stond er een orgel in de woonkamer, want mijn muzikale talent was in de vakantiekolonie niet onopgemerkt gebleven. Mijn vader, zelf ook muzikaal, besloot mij les te geven. Het voelde alsof er een nieuwe wereld voor me openging. Ik oefende, stuntelde, vervloekte, ramde denkbeeldig dat orgel helemaal in elkaar en uiteindelijk kreeg ik de toetsen dan toch langzaam onder controle.
Als ik een nieuw liedje had ingestudeerd en er kwam visite, dan klonk steevast het verzoek: “Nou Han, laat eens horen wat je geleerd hebt.” Met het schaamrood op mijn kaken en de trotse blikken van mijn ouders in mijn rug, schoof ik achter het orgel. Mijn handen trilden, maar ik speelde. En ik kreeg waarachtig applaus.
Dat applaus was voor mij meer dan een beleefd gebaar. Het was het eerste moment waarop ik voelde: ik kan iets. Ik werd gezien, gehoord, gewaardeerd. Muziek werd mijn veilige plek, mijn trots, mijn uitlaatklep. Vanaf dat moment wist ik: ik word muzikant.
5. Het podium als thuis
Op mijn twaalfde deed ik mee aan een talentenjacht. Ik speelde de sterren van de hemel met stukken als Donau Wellen en het swingende In the Mood. De winnende kandidaat was ouder en verder ontwikkeld. Maar ik had tijd, ruimte en potentie, vond de jury. Dus ik werd tweede.
Als we op een bruiloft kwamen, mocht ik van de toetsenist uit de band altijd een liedje spelen voor een groot publiek. Ook dán kreeg ik applaus. Het voelde alsof er eindelijk een plek was waar ik niet hoefde te vechten, niet hoefde te schuilen, maar gewoon mocht zijn wie ik was.
Later vormde ik samen met mijn vader, een drummer en een zangeres ons eerste bandje. We speelden o.a. voor ouderen in verzorgingshuizen. Het orgel ging in de kofferbak van mijn vaders auto. Ik moest erachter blijven lopen zodat hij er niet uitviel. Later kreeg ik mijn eerste portable orgel. Muziek werd mijn manier om contact te maken met de wereld die ik als kind zo gemist had.
6. De opgedrongen school
De middelbare school werd één grote flop, simpelweg omdat er niet naar míj werd geluisterd. Er werd nooit naar mij geluisterd en bovendien werd ik ook nog altijd gepest.
Uit de Cito-eindtoets die bepaalde welk vervolgonderwijs het beste bij mij zou passen, was gebleken dat ik “goed in boekhouden” zou zijn. Dus werd ik linea recta naar de voor mij hoogst haalbare school gestuurd: de L.E.A.O. (Lager Economisch en Administratief Onderwijs). Maar ik wilde daar helemaal niet heen.
Mijn buurtgenoten gingen naar de LTS, de technische school. Daar wilde ik óók naartoe, maar dat mocht niet. De Cito-toets had immers gesproken, dus ik moest braaf het pad volgen dat anderen voor mij hadden uitgestippeld en de plannen uitvoeren die voor mij waren gemaakt.
Ondanks mijn hevige protesten moest en zou ik naar de L.E.A.O.
Het gevolg liet zich raden: ik ging spijbelen. En niet zo’n klein beetje ook. Ik meldde me doodleuk ziek bij de conciërge en verdween vervolgens van de radar. In die tijd werd er nauwelijks tussen de school en het thuisfront gecommuniceerd, dus mijn ouders wisten van niets. Tot mijn moeder op een dag argwaan kreeg en de school belde. “Uw zoon? Hij heeft zich ziek gemeld en is al veertien dagen niet op school geweest.”
Wonder boven wonder kreeg ik geen huisarrest. En op het matje bij de directeur kwam ik er ook nog mee weg. Omdat ik voor de derde keer zou blijven zitten, wilde ik de school niet afmaken en koos ik ervoor om te gaan werken. Ik was zeventien en had het helemaal gehad met een systeem dat mij nooit had gezien. Daar waren zowel mijn ouders als de schoolleiding het over eens. Door het veelvuldig spijbelen had ik het min of meer afgedwongen.
Op latere leeftijd heb ik via het volwassenenonderwijs cum laude de nodige diploma’s gehaald die wél aansloten bij mijn wensen en doelen.
7. Humor als schild
Om te overleven in die moeilijke schooljaren, waarin ik me zo onzichtbaar en gepest voelde, zocht ik naar een manier om mezelf te beschermen. Die vond ik onverwacht dichtbij huis. Van mijn buurman leerde ik de kunst van woordgrapjes. Ik merkte al snel dat ik met taal mensen aan het lachen kon maken. Dat gaf me een kick; het voelde net zo waardevol als het applaus dat ik kreeg op het podium.
Serieuze gesprekken voerde ik in die tienerjaren nauwelijks; dat was ik van huis uit simpelweg niet gewend. Humor werd mijn schild. Het was mijn manier om erbij te horen en de controle te houden, zonder mezelf écht bloot te hoeven geven.
Dus hing ik vanaf die tijd spreekwoordelijk de clown uit. Niet omdat ik zo nodig de grappigste wilde zijn, maar omdat het de veiligste manier was die ik kende om gezien te worden, zonder dat iemand te dichtbij mijn pijn kon komen.
8. In een andere huid
Rond mijn twintigste besloot ik mijn uiterlijk radicaal te veranderen. Ik ruilde die stomme bril in voor lenzen. Ik liet mijn haar groeien en liet er een permanent inzetten, gewoon om eindelijk van dat steile kapsel af te zijn. En ik veranderde zelfs mijn voornaam; die naam die zo beladen was geraakt met pijn, schaamte en herinneringen.
Met al die veranderingen werd ik iemand die ik nooit eerder had kunnen zijn. Eindelijk werd ik gezien. Ik werd gewaardeerd. Ik kon iets laten zien zonder meteen terug te vallen in onzekerheid.
Maar diep vanbinnen moest ik mezelf er telkens opnieuw van overtuigen: “Zie je nou wel? Ik kán het wel!”
Het was alsof ik langzaam uit mijn oude huid kroop en voor het eerst durfde te geloven dat er meer in mij zat dan het jongetje dat ooit het pispaaltje van de school was.
9. De prijs van onverwerkte pijn
Tot mijn veertigste was ik niet alleen een einzelgänger, maar ook behoorlijk egocentrisch. Ik was iemand met wie nauwelijks om te gaan was. Ik kan me voorstellen dat het voor mijn omgeving niet altijd makkelijk was.
Dat had niet alleen te maken met de nasleep van mijn jeugd, maar ook met alles wat daarna in mijn volwassen leven over me heen kwam. Schoonouders die ons en mijn familie het leven zuur maakten, waardoor wij onze woonplaats noodgedwongen moesten ontvluchten. De bizarre taferelen rondom het vreemdgaan van mijn ex. En het diepe, stille verdriet van miskramen en het veel te prille overlijden van ons zoontje Remco.
Alsof dat nog niet genoeg was, stapelden de financiële problemen zich op: grote schulden, huisuitzettingen, de crisisopvang en zelfs nachten waarin ik noodgedwongen in de auto moest slapen.
Mijn ouders vroegen zich later af waarom wij niet naar hen toe waren gekomen. Maar zij hadden altijd gezegd: “Eens het huis uit, voor altijd het huis uit.” En dat had ik serieus genomen.
Het soort gebeurtenissen dat je niet alleen raakt, maar je hele fundament laat wankelen.
Ik droeg al die ervaringen met me mee, zonder te weten hoe ik ermee om moest gaan. Ik bouwde muren, trok me terug en vulde de leegte op met humor, muziek en optredens. Op het podium was ik de ster, maar zodra ik daar van af stapte, was ik het liefst onzichtbaar.
10. Waar mijn leven kantelde
Ergens diep vanbinnen wist ik dat ik zo niet verder kon. Na mijn veertigste en na wéér een stukgelopen relatie, kwam ik in aanraking met mijn spirituele kant. Ik liet me inwijden in Reiki en dat veranderde mijn leven op een manier die ik nooit had kunnen voorzien. Het was alsof er een deur openging naar een deel van mezelf dat al die jaren had liggen wachten.
Ik liet langzaam alles los waar ik me zo krampachtig aan had vastgehouden: de controle, de angst, de oude overtuigingen die me klein hielden. Ik werd een ander mens. Ik begon de mooie kanten van het leven te zien en niet als iets wat ik moest verdienen, maar als iets wat er gewoon mocht zijn.
Voor het eerst voelde ik rust. Niet de oppervlakkige rust van alles onder controle willen hebben of dingen steeds te moeten afdwingen, maar de diepe rust van thuiskomen bij mezelf.
11. Het Pad Der Liefde
Na decennia van zelfontwikkeling kreeg ik de diagnose blaaskanker. Er volgde een periode van rouw en depressie, maar uiteindelijk overwon ik mijn angst door mezelf voor te nemen om te genieten van alles wat op mijn pad kwam. Ik kan tenslotte maar één ding tegelijk, en als ik dan tóch moet kiezen…
Later volgde het beginstadium van slokdarmkanker, wat uiteindelijk zou leiden tot een zware buismaagoperatie. Het was een periode waarin alles wat ik dacht te weten over mezelf, het leven en mijn veerkracht, opnieuw werd getest.
De emoties en ervaringen brachten me uiteindelijk op het idee om deze blog te starten. Niet om medelijden op te roepen, maar om mijn levenservaringen te delen en te beschrijven hoe ik omging met alles wat op mijn pad was gekomen, zodat jij er wellicht steun uit kunt putten. Schrijven gaf me lucht. Het gaf woorden aan dingen die anders alleen maar van binnen zouden blijven rondzingen.
Omdat ik veel wandelde in de natuur, soms om te herstellen, soms om mijn hoofd leeg te maken, voegde ik daar een wandelcategorie aan toe. En ja, met veel humor. Want dat ben ik nooit kwijtgeraakt.
Het werd een plek waar ik mezelf kon laten zien zoals ik was: eerlijk, kwetsbaar, soms rauw, maar altijd met een glimlach die ergens tussen de regels door bleef hangen.
12. De ware ik achter de façade
In eerste instantie hield ik mijn blog anoniem, omdat ik niet wilde dat lezers bevooroordeeld zouden worden door wie ik altijd geweest was. Toch ging ik op zoek naar een spirituele naam, maar die vond ik niet. Tot ik me realiseerde dat de blog eigenlijk ging over dat kleine jongetje dat zich jarenlang had verstopt achter een levenswijze die hij zichzelf had opgelegd en dat degene die schreef de ware ik was.
Uiteindelijk ben ik blij dat ik voor deze blog de oorspronkelijke roepnaam die mijn ouders mij hebben gegeven weer heb teruggenomen. Natuurlijk blijf ik in mijn dagelijkse leven mijn aangenomen naam gebruiken. Voor mijn vrienden en mijn omgeving ben ik nog steeds de persoon die zij kennen.
Maar als het gaat om mijn innerlijke zelf, om wie ik werkelijk ben en om dat stille innerlijke weten dat nooit verdwenen is, dan zeg ik:
“IK BEN, en niet dat wat je ziet.”
Han – HpdL
Roepnaam Han
De naam Han heeft verschillende spirituele betekenissen, afhankelijk van de culturele context.
In de Chinese traditie wordt Han vaak geassocieerd met wijsheid, mededogen en een sterke verbinding met de natuur. Het verwijst ook naar de Han‑dynastie, een periode die bekendstaat om haar bloei van cultuur en wetenschap.
In andere contexten kan Han betekenissen dragen zoals ‘genade’ of ‘geluk’. Spiritueel gezien kan de naam een uitnodiging zijn om je intuïtie te volgen en je innerlijke wijsheid te laten spreken. Het is een naam die vaak wordt verbonden met een diepere zoektocht naar betekenis en verbinding.
In dat laatste herken ik mezelf het meest.


