Cat.04: Gedichten
Zonnegloren
Dit poëtische gedicht is gebaseerd op de wandeltocht over het landgoed Zonnegloren, tussen Soest en Soestduinen op 30 juni 2026. De vetgedrukte kopjes verwijzen naar de gelijknamige titels in de wandeltocht.
Zonnegloren
De benenwagen na de ijstijd
De gletsjer in de knieën is eindelijk gesmolten,
de ijstijd van het stilstaan warmt nu langzaam op.
Twee trouwe dragers, maandenlang verscholen,
beklimmen twijfelend hun eigen bergtop.
Het oude jachtterrein lokt met herwonnen wegen,
waar rollend staal geen toegang tot mijn ziel verkrijgt,
slechts lederen voeten die het pad bewegen,
terwijl het lichaam naar de negen grensstenen stijgt.
Levende standbeelden
Daar stolt de tijd in levend brons van vlees en bloed,
vier ogen staren uit de groene kathedraal.
Een ademtocht bevriest, een aarzelende groet,
tot de techniek herrijst en breekt het stil verhaal.
Dan breekt de storm, de standbeelden gaan vliegen,
een droombeeld vloeit weg in het dichte loof.
Geen digitaal bewijs om de herinnering te bedriegen,
slechts in het hoofd blijft wat het oog zojuist bewoog.
Een witte streep op dubbele snelheid
En schimmen flitsen door de nerven van het woud,
een zwart-wit weefsel op een koortsachtig ritme gezet.
De klok tikt haastig waar de wildernis van houdt,
een filmbeeld dat de fauna weigert op de set.
Alarm Code-Wit in het bos
Dan slaat de radar aan voor een mysterieus fantoom,
een witte schicht, een geest met uitgestrekte nek,
die roerloos wacht diep in de schaduw van een boom,
als een albino-reiziger op een verborgen plek.
Het roofdier in mij sluipt, de hartslag slaat de trom,
de adem stokt, het bos houdt rillend zijn geweer.
Tot de illusie knakt en lachend keert zich om:
een achtergelaten schild, het is een plu deze keer.
Een nieuwe diersoort
Nu hangt het vreemde dier roerloos aan het hout,
een nieuw fantoom voor wie na mij het pad betreedt.
Het bos lacht mee, omdat het van een sprookje houdt
en telt de stappen die de wandelaar vergeet.
Woordgrapjes in het wild
Verderop, waar het water spiegelt in de zon,
staat een metalen wachter, roerloos voor altijd.
Een grap van ijzer die de vogelwereld verzon,
een ijsvogel die hier de winterkou verbijt.
Een dikke vette ster
De zandzee golft, de groene reuzen bloeien groot,
het pad stroomt vol met ruiters en met wielersporen.
Maar in de stappen die de benenwagen sloot,
is de herwonnen vrijheid definitief geboren.
De vuurdoop is volbracht, de ster staat aan de hemel,
gekroond in rust waar net de stilte zacht verdween.
Vervlogen is de druk van het jachtige reisgewemel,
dit pad verdient zijn dikke vette ster alleen.
HetPadDerLiefde.nl


Zonnegloren
Innerlijk Heiligdom
Mijn ware ‘Ik’
In Memoriam: Maria Bruines
Tussen hoop en hapering
De Echo van Vreemde Grond
Verloren geboortedag
De korte oversteek
De Dans van het Water
Leren leven in de luwte
Horizon van dromen
De Symfonie van de Ziel
Flonk’rend Hartslagen